Historie

De oprichting

In de mobilisatiejaren, 1916, werd er in ’s-Heerenberg niet meer gevoetbald, omdat de meeste spelers van de destijds bestaande vereniging Berghse Voetbal Club BVC in militaire dienst waren. Enkele jongeren, 14- en 16-jarigen, vormden in die tijd een vereniging genaamd Berghse Voetbal Vereniging. Bij het overplaatsen van een aantal oud BVC leden naar de Grenswacht te ’s-Heerenberg werd deze vereniging weer nieuw leven ingeblazen en sloten de meeste BVV leden zich bij deze vereniging aan. Doordat er in ’s-Heerenberg geen werkgelegenheid was verliet de ene na de andere speler ‘s-Heerenberg en het duurde dan ook niet lang of BVC bestond praktisch niet meer.

Bij een wedstrijd van een door kapelaan Oerbekke opgerichte patronaatsclub tegen Silvolde, waarbij verschillende oud BVV en BVC leden als toeschouwers aanwezig waren, werd het plan gesmeed om een Rooms Katholieke club op te richten. De heren A. van der Heijden en J. Ebbing maakten tijdens een overleg in het Sint Josephverenigingsgebouw een lijst met mogelijke spelers. Er werd medewerking gevraagd aan kapelaan Oerbekke. Die medewerking kwam er samen, met enige financiële steun. En zo werd op 16 december 1920 de eerste Rooms Katholieke vereniging opgericht onder de naam Rooms Katholieke Berghse Voetbal Vereniging, RKBVV, voetballend in de 1e klasse van de RKUVB.

Opening sportterrein
Opening sportterrein 2

Speelveldlocaties

Voordat de Bergse Voetbal Vereniging, werd opgericht werd er al gevoetbald op het terrein achter Willemsen (nu Supercoop) waar nu de Rondweg loopt. In januari 1921 al werd dit terrein verwisseld voor de Bronkhorstwei, van de gelijknamige familie, ook gelegen op het tegenwoordige industrieterrein. In de periode tot aan 1932 bleef een vaste speellocatie een moeilijke zaak, diverse plaatsen rondom ‘s-Heerenberg werden als speelveld gebruikt. Zo werd gevoetbald op een locatie nabij de kruising van het Nachtegaalslaantje en het Varkensstreûtje bij de Plantage.

Zoals bij vele andere verenigingen ook het geval was moesten vooraf aan een wedstrijd eerst de koeien uit het weiland worden gejaagd en vlaaien worden geschept. Wassen na de wedstrijd ging ook even anders als tegenwoordig het geval is. Wordt er nu moord en brand geschreeuwd als de douches iets te koud of iets te warm zijn, in die tijd werd er een teiltje met koud water ter beschikking gesteld of kon je onder de pomp om de resten vlaai te verwijderen.

Het ging goed met de prestaties van de RK Sportcentrale ‘s-Heerenberg: na twee promoties voetbalde men in de overgangsklasse afdeling Twente. Er kwam al heel wat publiek op het winnende eerste van die tijd af. Een probleem van het veld bij de Plantage was dat het een zijlijn had die gevormd werd door een sloot zodat maar drie kanten beschikbaar waren voor publiek. Een ander was het smalle speelveld, te smal voor de afdeling Twente.

Het speelveld bij de Plantage werd verruild voor het zandige voetbalveld tussen de bulten. Omdat er de ene helft bult op en de andere helft bult af werd gespeeld, werd het veld in 1932 terecht afgekeurd. Na overleg tussen kapelaan Van Rooyen en het Gasthuis werd het mogelijk om een stuk grond achter de toenmalige smid Angenent (nu Hubo) aan de Oude Doetinchemseweg te gebruiken als speelveld.

Na de oorlog speelde de vereniging, nu onder de nieuwe naam MvR, op KNVB niveau, met vijf elftallen en weer op “het olde voetbalveld”. Waar spelers bij andere verenigingen zich nog moesten omkleden in keetjes of koestallen, kon de vereniging, tot december 1950, gebruik maken van een ruimte van café De Sportvriend. Vanaf dat moment kon er gebruik gemaakt worden van eigen kleedlokalen met koude douches, een hele luxe voor die tijd.

Door de successen van het eerste team kwam het voor dat wel 3.000 tot 5.000 mensen op de wedstrijden afkwamen. Een tribune zorgde er voor dat alle toeschouwers ook alles konden volgen. Deze situatie veranderde toen het sportveld moest wijken voor woningbouw. De gemeente bleek bereid om een grondstuk bij de Boschhoek, dat al sinds de oorlog werd gebruikt als tweede wedstrijd- en trainingsveld door zowel MvR als de voorloper van de Berghse Boys, langdurig vanHuis Bergh te pachten. Daarop werd een sportpark ingericht en aan MvR en de scholen in gebruik gegeven. Op 25 september 1961 speelde MvR voor het eerst op de nieuwe velden. In 1968 werd de accommodatie verfraaid met een geluidsinstallatie. Met de tijd nam het aantal leden toe en een derde veld werd noodzakelijk. In 1975 was het eindelijk zover. Samen met het eerste eigen clubgebouw kon MvR het derde veld in gebruik nemen.

In het begin van deze eeuw zakte de club sportief en organisatorisch ver weg met als dieptepunt de degradatie van het eerste naar de laagste klasse van het amateurvoetbal in 2005. Op dat moment besloot het toenmalige bestuur dat het zo niet langer kon en stelde de werkgroep ‘Samen Bergh Op’ in. Deze werkgroep heeft de zaak organisatorisch weer op poten gezet en het is hun samen met de leden gelukt om deze moeilijke periode te boven te komen. Door de grote ledenaanwas sinds 2006 (van 350 naar op dit moment zo’n 650 leden) kreeg de club te maken met een groot capaciteitsprobleem: Het aantal kleedkamers werd te klein en voldeed ondertussen niet meer aan de moderne eisen en ook de veldcapaciteit bleek te klein. Vandaar dat het bestuur besloot in te zetten op de bouw van een volledig nieuwe accommodatie tussen het hoofdveld en trainingsveld in. Stichting de Boshoek werd opgericht en in 2010 werd op het hoofdveld een kunstgrasveld opgeleverd. In 2012 werd de nieuwe accommodatie, gebouwd met de hulp van veel vrijwilligers, geopend.

Marinus van Rooyen

Op 13 januari 1933 werd Marinus van Rooijen, kapelaan in Keijenborg, overgeplaatst naar de Sint Pancratiusparochie in ‘s-Heerenberg. Al in Keijenborg had de aartsbisschop van Utrecht kapelaan Van Rooijen benoemd tot sportadviseur van de Afdeling Oost-Gelderland van de Diocesane Utrechtsche Voetbalbond. In die functie heeft Van Rooijen heel veel gedaan voor de ontwikkeling van de voetbalsport en van sport in het algemeen. Onvermoeibaar toerde hij voor zijn werk de hele Achterhoek door; eerst op de fiets of meerijdend in een auto en later op z’n eigen motor. Toen hij in ‘s-Heerenberg werd benoemd, was zijn roem hem al vooruitgegaan. “We krijgen een voetbal-kapelaan”, zei de jeugd, terwijl hij bij de ouderen al een naam had als jeugdleider.

In de Tweede Wereldoorlog liet kapelaan Van Rooijen, net als pastoor Galama en kapelaan Hegge, duidelijk blijken dat hij de Nazi-leer afwees. Dit zinde de plaatselijke NSB’ers niet, en zij zochten naar een aanleiding om de drie geestelijken te laten oppakken.Die kregen zij toen Van Rooijen en zijn collega’s tijdens de kerkdiensten van zondag 3 augustus 1941 een brief van de Nederlandse bisschoppen voorlazen. In deze brief, gedateerd 25 juli 1941, protesteerden de bisschoppen tegen een reeks van Duitse maatregelen die de greep van de NSB op het openbare leven versterkten. Bovendien had Van Rooijen samen met Hegge de brief gestencild en in de parochie laten verspreiden. Hierop waarschuwden de ‘s-Heerenbergse NSB’ers de Gestapo in Emmerik, wat leidde tot de arrestatie van pastoor Galama op 4 augustus 1941 en de kapelaans Van Rooijen en Hegge op de dag daarna. Van Rooijen werd vastgezet in Arnhem en later via Emmerik en concentratiekamp Sachsenhausen op transport gesteld naar Dachau, waar hij op 16 juni 1942 overleed.

Het was pastoor Horsthuis, die in de eerste ledenvergadering na de tweede wereldoorlog, op 18 april 1945, voorstelde om de naam van de vereniging, die sinds 1926 RK Sportcentrale ’s-Heerenberg heette, te veranderen in M.v.R. de initialen van Marinus van Rooijen, één van de martelaren van ’s-Heerenberg, voor de oorlog geestelijk adviseur van de club en tijdens de oorlog omgekomen in concentratiekamp Dachau. De naam M.v.R. werd met volledige instemming van de leden aangenomen.

Marinus van Rooyen

Prestaties eerste elftal

Het eerste elftal van RKBVV begon het eerste seizoen in 1920 in de 1e klasse van de RKUVB, de Utrechtse voetbalbond. In de 20er en 30er jaren vinden we het eerste team van de RK Sportcentrale ’s-Heerenberg na twee promoties terug in de overgangsklasse van de afdeling Twente van de voetbalbond. Tot aan 1941 werd, na een degradatie, gevoetbald in de 2e klasse RKF. De Duitse bezetter ontbond de RKBVV als eerste voetbalvereniging in Gelderland. Actieve leden waren verplicht om hun voetbalplezier bij andere clubs (bv. Zeddam) te zoeken.

MvR 1930

Het eerste elftal van MvR in het midden van de jaren 30. De keeper (met bal) is Gerrit Meijer. Links naast hem Benno Reuling, die in de Tweede Wereldoorlog als Duits soldaat in Riga is omgekomen. Rechts naast Meijer staan achtereenvolgens Bernard van Huet, Willy Verdaasdonk, Bertus Jansen en Johan Vink, die bij het bombardement op Emmerik van 7 oktober 1944 is omgekomen. Foto uit “MvR 25-jarig jubileum”. Namen met dank aan Welske Jansen.

Na de oorlog speelde de vereniging, nu onder de nieuwe naam MvR, op KNVB niveau, met vijf elftallen en weer op “het olde voetbalveld”. Aanvankelijk waren de successen niet zo groot. Het eerste daalde af tot in de onderafdeling. Gelukkig voor de vereniging lukte het in drie seizoenen weer om in de KNVB terug te keren en brak er een meer succesvolle periode aan.

Na sportieve successen in de jaren 80 en 90 waarin het MvR lukte om naar de 2e klasse KNVB te promoveren en de finale van de oostelijke beker in en tegen Urk te bereiken, zakte de club sportief en organisatorisch ver weg met als dieptepunt de degradatie naar de laagste, zesde klasse van het amateurvoetbal in 2005. Gelukkig wist het eerste meteen weer te promoveren.

Intussen is MvR een stabiele vierdeklasser geworden. Het seizoen 2015/2016 werd na een sensationele promotiewedstrijd zelfs afgesloten met een promotie naar de derde klasse. Het verblijf daar beperkte zich tot één seizoen.